Verhalen, die eindigen nooit.
Zelfs wanneer de spotlights worden gedoofd, de stekkers uitgetrokken, en de deuren achter zich dicht worden getrokken, ergens in een klein hoekje, gaan de vonkjes weer overslaan, gaat er iets blijven sprankelen, stil en heel stiekem, maar vanbinnen met zoveel warmte en vreugde, dat de grootste ster van al het niet kan overtreffen. Wanneer de vonkjes zouden kunnen spreken zouden we gegiechel horen, gelach, het geluid van onvoorwaardelijk geluk. Want in de donkerste hoekjes, wanneer de prachtigste herinneringen naar boven komen, worden er alleen de mooiste dingen verteld. Al hebben verhalen niet steeds een happy end; wanneer de verhalen al voorbij zijn, en alleen nog herinneringen worden opgehaald aan die verhalen, en het einde vergeten is... dan herinnert men zich alleen nog de positieve dingen. De liefdes, de lachpartijen, maar evengoed de teleurstellingen, met heimwee en niets dan positieve heimwee wordt er op teruggekeken.
Door de roze bril.
En op dat moment, net dat ene hele speciale moment, beginnen alle verhalen weer te leven. Dansend door elkaar in de kleine donkere hoekje. En plots, uit het niets, verschijnt de brug van het verleden naar het heden. Geen mens die er op lopen kan, maar de brug brengt dromen mee, wensen, kleine wolkjes van geluk. En het verhaal; dat begint gewoon weer verder te spreken, als een magische, nooit weg geweeste spraakwaterval.
Momenten, die heeft men voor even, maar herinneringen, die heeft men voor eeuwig.