Alleen op de trein deze morgen.
Dus overschreed ik even de lijn van persoonlijke privacy en volgde het gesprek van twee vrouwen. Je kan er nu niet meer onder uit; gemompel, gekwetter en geklaag, over de aantal minuten vertraging die men de dag voordien had. Iedereen moet ineens gepassioneerd zijn (overigens geheel oninteressant) verhaal kwijt aan de persoon op het treinbankje voor zich. Helemaal tot in de puntjes, van aanleiding tot gebeurtenissen tot gevolg, met het precieze aantal minuten vertraging, bijna kinderachtig, "ondertmeest". Soms vraag ik me zelfs af of sommige mensen niet gewoon zitten op te scheppen over hun aantal minuten, om hun verhaal toch maar iets aan te dikken. Nut? Geen. Maar we vinden het blijkbaar wel nodig, om even ons gal te spuwen, zelfs al heeft de aanhoorder weinig met de zaak te maken.
De medemens wordt voor even een persoonlijke klaagmuur.
Klagen over die paar minuten; ik heb het altijd maar een vreemd fenomeen gevonden.
Smorgens om 8 uur, staat iedereen alleen voor zich uit te staren op het perron. Decimeters naast de persoon ernaast, maar elkaar toch geen woord of blik gunnend. Met als uitzondering die de regel bevestigt, een paar kleine groepjes die zich soms vormen. Maar wanneer er dan de beruchte "De trein naar... zoveel minuten vertraging" door de luidsprekers schalt, ineens, het zelfde moment, draaien alle hoofden zich naar de tot dan compleet genegeerde persoon naast zich, en begint de klaagronde weer. Smalltalk op zijn best.
Toen de trein in Brussel aankwam en we allemaal uitstapten, eindigde het gesprek tussen de vrouwen. En wel met een verhaal over een persoon met borstkanker. Daarvan was dan de conclusie: "Dat de mensen zich druk maken over bagatellekes!"
Oh ironie.
zaterdag 6 februari 2010
Het perfecte leven
Het perfecte leven is...
de voordelen van volwassenheid
met de onvoorwaardelijkheden van de kindertijd.
Ik vermoed dat we nu ergens in de buurt van dat kruispunt zitten.
Hell yeah.
de voordelen van volwassenheid
met de onvoorwaardelijkheden van de kindertijd.
Ik vermoed dat we nu ergens in de buurt van dat kruispunt zitten.
Hell yeah.
vrijdag 5 februari 2010
Hét leugentje om bestwil

Iedereen heeft ze wel, zijn of haar "leugentjes om bestwil". Het werd ons al aangeleerd in de prille kindertijd, toen Gertje Samson keer op keer vertelde dat zijn kleine leugentjes, allemaal leugentjes om bestwil waren. Dat leugens eigenlijk ook wel als iets positiefs konden gezien worden, als een kleine opoffering voor een groter doel. En allemaal geloofden we Gertje, uiteraard, hij was de held van onze generatie. Samson en Gert was immers het toonbeeld van hoe het moest, hoe we de kleine problemen des levens konden oplossen. En zo slopen de kleine leugentjes om bestwil, ook ons leven in.
Iedereen gebruikt ze. "Mijn gsm was plat" betekent eigenlijk "Ik had gewoon geen zin om te antwoorden" bijvoorbeeld. Of "Maar nee schatje, jij bent veel mooier als dat meisje" betekent "Ik heb geen zin om over zo'n onbelangrijk iets een discussie te starten". Kleine onwaarheden die we soms verspreiden, om ons leven én het leven van onze medemens aangenamer te maken. Ook ik betrap er mezelf wel eens op. Één klein leugentje kan op dat moment dan ook geen kwaad. Maar stel je eens voor dat je al die kleine leugentjes van een heel jaar eens zou samenballen tot één grote bal van leugens. Hoe groot zou deze bal dan zijn? En zouden we nog, de bal recht in de ogen durven kijken, en heel eerlijk geen enkele vorm van schaamte meer kunnen voelen? Ik denk het niet. We zouden ervan versteld staan hoeveel kleine leugens we verspreiden, dus logischerwijze gaan we de confrontatie uit de weg. Wanneer we weer een leugen maken, voegen we die niet toe aan de grote bal van leugens, nee, we stoppen de leugens samen in een grote doos en verstoppen die doos, op een plek waar niemand ze zal vinden, in een donker, klein hoekje. Zo donker en klein dat we na verloop van tijd zelf vergeten zijn waar we de doos verstopt hebben. En dan is het tijd om aan een nieuwe lege doos te beginnen. En dan lijkt het allemaal zo erg niet meer.
Maar zelfs een kleine leugen, blijft een leugen. Iets dat veracht wordt door heel onze maatschappij. Echter stel ik me nu de vraag; kunnen we überhaupt wel leven zonder leugens? Jim Carrey vertelde het ons al: "But grown-ups have to lie!" Hoewel leugens worden gezien als een verachtelijk laag iets, kan ik me niet inbeelden dat een fictieve persoon die altijd volledig eerlijk is, wordt aanzien als het toonbeeld van perfectie. Integendeel, men zou hem grof vinden, ongemanierd, zouden hem afstoten. Daarom moet men leugens maken. En hoe meer leugens, op gepaste wijze, hoe sympathieker men kan overkomen. "I did not have sex with that woman", "We will not allow Iraq to have weapons of mass destruction", de grootste leiders op aarde maken zich vuil aan de grootste leugens. En hun weg naar de top hebben ze wellicht onderbouwd met al even grote leugens. Eerlijk is voor zwakkelingen? Nee, om helemaal eerlijk te zijn is er juist meer moed en meer sterkte nodig, dan voor een leugen. Maar uiteraard kiezen we bijna steeds de gemakkelijkste weg. Gewoon om ons leven aangenamer te maken. Mensen horen liever een leugen, waarvan ze zelfs weten dat ze niet waar is, dan de naakte pijnlijke waarheid. Lachend, doen alsof.
De hele wereld is een leugen, maar stop dat alsjeblieft weg in je leugendoosje. Anders ga je ten onder.
donderdag 4 februari 2010
People want to be needed
De wegen van het wereldwijde web zijn ondoorgrondelijk. Zonder er ook maar enige ruchtbaarheid te geven, is mijn stem blijkbaar geen stem meer in het ijle. Vreemd.
En alhoewel dit geenszins de bedoeling was, voelde ik al een stukje herkenning in de medemens. Meteen moest ik aan het bovenstaande nummer denken. People want to be needed, more than anything else. Duizenden filosofen, vragen zich al jarenlang af wat nu het doel van het leven is. Nu ga ook ik deze vraag niet meteen kunnen beantwoorden, misschien gelukkig maar, een beetje mysterie houdt onze levens toch een beetje interessant. Maar het "nodig zijn" vind ik persoonlijk een heel goede benadering, voor de invulling ervan.
De doelen die mensen najagen; het zijn er verschillende. Bergen geld, succesvolle kinderen, diepe liefde, solidariteit met de medemens; elke persoon probeert zijn eigen droom waar te maken. Maar hetgene wat we volgens mij allemaal samen gemeenschappelijk hebben, is de schrik om alleen te zijn op deze wereld. Om pijnlijk genegeerd te worden. Niemand te hebben die denkt: "Wauw, jij bent speciaal". Wat ook je doel is in het leven, iedereen wil wel iemand om de overwinningen mee te vieren, maar evengoed een troostende schouder, om de teleurstellingen mee door te komen.
En hoe meer iemand ons nodig heeft, hoe belangrijker we ons voelen. Hoe meer ons leven zin krijgt.
But you have to let them get close enough to help.
Lege pagina
Een lege pagina... die nu wordt opgevuld.
Zo'n twee jaar later nadat ik mijn dagboek had beeindigd, definitief, sla ik het weer open. Waarom? zou men zich kunnen afvragen, en "ik weet het niet" is het enige antwoord dat ik voor handen heb. Als herinnering voor later, misschien. Ik weet dat je herinneringen niet kunt vastleggen, en al zeker niet met een pen, maar het verhaal erachter, mijn verhaal, wil ik me later nog wel herinneren. Het lijkt me geweldig om, over een jaar of twintig, wanneer ik misschien al een huis en kinderen heb, dit boek nog eens te kunnen vastnemen, en nog eens terug te denken...
Maar voorlopig gaan we even terug naar het verleden.
Mijn inspiratie voor de vorige pagina kwam immers op een lichtelijk ongelegen moment. Zondagavond, diep in de nacht, terwijl ik aan het leren was voor mijn laatste examen. Een nachtje doordoen. En het klinkt misschien bekend; in elk nachtje doordoen komt er wel zo'n punt dat de concentratie helemaal weg is, maar dat er toch nog twintig pagina's droge cursus in moeten tegen de volgende morgen. Dit was zo'n moment. Vooruit starend, door het donkere slaapkamerraam, het bureaulampje weerkaatsend in het glas. Ik ben niet zo de RedBull-, Nalu-, of andere concentratiemiddelen "kind of guy", dus het moest op wilskracht. Even doorbijten. Ik leunde achterover, even herbronnen, en dacht na over het verleden.
En toen kwam de inspiratie weer opborrelen.
Al is dit ook niet het dagboek van vroeger. Mijn leven is sindsdien duidelijk veranderd. Ondertussen zit ik al in een meer dan twee- en een half jaar durende relatie met een meisje waar ik zielsveel van hou. Die me... blij maakt, compleet maakt, maakt tot wie ik nu ben. Ze weet echter niet dat ik weer ben gaan dagboekschrijven, en dat mag (voorlopig) zo blijven. Immers: dit dagboekschrijven voelt een beetje aan als haar bedriegen. Ze is het belangrijkste deel van mijn leven, en daarom voel ik me ook een beetje schuldig, dat ik het niet heel de tijd over haar ga hebben. Alsof ik niet aan haar denk. Dat doe ik wél, juist wel, maar ik wil niet dat zij het enige onderwerp wordt van mijn woorden, nee, dit dagboek is net de poort naar een andere wereld. Zónder haar. Wat ik voor haar voel, zal ik haar wel zeggen, wat ik met haar wil beleven, zal ik met haar wel beleven, en dat is geen stof voor deze bundel.
Ze is een droom die werkelijkheid is geworden, het probleem is enkel; wanneer een droom werkelijkheid is geworden, is het geen droom niet meer. Dat klinkt misschien weinig romantisch, maar dat is het wel. Gelukkig maar. Want wat heb je aan dromen, wanneer ze nooit uitkomen? Hier zal ik nog even moeten over geraken, voor ik weer succesvol kan beginnen aan mijn dagboek, maar uiteindelijk, zal dat wel lukken.
Start.
Zo'n twee jaar later nadat ik mijn dagboek had beeindigd, definitief, sla ik het weer open. Waarom? zou men zich kunnen afvragen, en "ik weet het niet" is het enige antwoord dat ik voor handen heb. Als herinnering voor later, misschien. Ik weet dat je herinneringen niet kunt vastleggen, en al zeker niet met een pen, maar het verhaal erachter, mijn verhaal, wil ik me later nog wel herinneren. Het lijkt me geweldig om, over een jaar of twintig, wanneer ik misschien al een huis en kinderen heb, dit boek nog eens te kunnen vastnemen, en nog eens terug te denken...
Maar voorlopig gaan we even terug naar het verleden.
Mijn inspiratie voor de vorige pagina kwam immers op een lichtelijk ongelegen moment. Zondagavond, diep in de nacht, terwijl ik aan het leren was voor mijn laatste examen. Een nachtje doordoen. En het klinkt misschien bekend; in elk nachtje doordoen komt er wel zo'n punt dat de concentratie helemaal weg is, maar dat er toch nog twintig pagina's droge cursus in moeten tegen de volgende morgen. Dit was zo'n moment. Vooruit starend, door het donkere slaapkamerraam, het bureaulampje weerkaatsend in het glas. Ik ben niet zo de RedBull-, Nalu-, of andere concentratiemiddelen "kind of guy", dus het moest op wilskracht. Even doorbijten. Ik leunde achterover, even herbronnen, en dacht na over het verleden.
En toen kwam de inspiratie weer opborrelen.
Al is dit ook niet het dagboek van vroeger. Mijn leven is sindsdien duidelijk veranderd. Ondertussen zit ik al in een meer dan twee- en een half jaar durende relatie met een meisje waar ik zielsveel van hou. Die me... blij maakt, compleet maakt, maakt tot wie ik nu ben. Ze weet echter niet dat ik weer ben gaan dagboekschrijven, en dat mag (voorlopig) zo blijven. Immers: dit dagboekschrijven voelt een beetje aan als haar bedriegen. Ze is het belangrijkste deel van mijn leven, en daarom voel ik me ook een beetje schuldig, dat ik het niet heel de tijd over haar ga hebben. Alsof ik niet aan haar denk. Dat doe ik wél, juist wel, maar ik wil niet dat zij het enige onderwerp wordt van mijn woorden, nee, dit dagboek is net de poort naar een andere wereld. Zónder haar. Wat ik voor haar voel, zal ik haar wel zeggen, wat ik met haar wil beleven, zal ik met haar wel beleven, en dat is geen stof voor deze bundel.
Ze is een droom die werkelijkheid is geworden, het probleem is enkel; wanneer een droom werkelijkheid is geworden, is het geen droom niet meer. Dat klinkt misschien weinig romantisch, maar dat is het wel. Gelukkig maar. Want wat heb je aan dromen, wanneer ze nooit uitkomen? Hier zal ik nog even moeten over geraken, voor ik weer succesvol kan beginnen aan mijn dagboek, maar uiteindelijk, zal dat wel lukken.
Start.
dinsdag 2 februari 2010
Liefste dagboek,
Verhalen, die eindigen nooit.
Zelfs wanneer de spotlights worden gedoofd, de stekkers uitgetrokken, en de deuren achter zich dicht worden getrokken, ergens in een klein hoekje, gaan de vonkjes weer overslaan, gaat er iets blijven sprankelen, stil en heel stiekem, maar vanbinnen met zoveel warmte en vreugde, dat de grootste ster van al het niet kan overtreffen. Wanneer de vonkjes zouden kunnen spreken zouden we gegiechel horen, gelach, het geluid van onvoorwaardelijk geluk. Want in de donkerste hoekjes, wanneer de prachtigste herinneringen naar boven komen, worden er alleen de mooiste dingen verteld. Al hebben verhalen niet steeds een happy end; wanneer de verhalen al voorbij zijn, en alleen nog herinneringen worden opgehaald aan die verhalen, en het einde vergeten is... dan herinnert men zich alleen nog de positieve dingen. De liefdes, de lachpartijen, maar evengoed de teleurstellingen, met heimwee en niets dan positieve heimwee wordt er op teruggekeken.
Door de roze bril.
En op dat moment, net dat ene hele speciale moment, beginnen alle verhalen weer te leven. Dansend door elkaar in de kleine donkere hoekje. En plots, uit het niets, verschijnt de brug van het verleden naar het heden. Geen mens die er op lopen kan, maar de brug brengt dromen mee, wensen, kleine wolkjes van geluk. En het verhaal; dat begint gewoon weer verder te spreken, als een magische, nooit weg geweeste spraakwaterval.
Momenten, die heeft men voor even, maar herinneringen, die heeft men voor eeuwig.
Zelfs wanneer de spotlights worden gedoofd, de stekkers uitgetrokken, en de deuren achter zich dicht worden getrokken, ergens in een klein hoekje, gaan de vonkjes weer overslaan, gaat er iets blijven sprankelen, stil en heel stiekem, maar vanbinnen met zoveel warmte en vreugde, dat de grootste ster van al het niet kan overtreffen. Wanneer de vonkjes zouden kunnen spreken zouden we gegiechel horen, gelach, het geluid van onvoorwaardelijk geluk. Want in de donkerste hoekjes, wanneer de prachtigste herinneringen naar boven komen, worden er alleen de mooiste dingen verteld. Al hebben verhalen niet steeds een happy end; wanneer de verhalen al voorbij zijn, en alleen nog herinneringen worden opgehaald aan die verhalen, en het einde vergeten is... dan herinnert men zich alleen nog de positieve dingen. De liefdes, de lachpartijen, maar evengoed de teleurstellingen, met heimwee en niets dan positieve heimwee wordt er op teruggekeken.
Door de roze bril.
En op dat moment, net dat ene hele speciale moment, beginnen alle verhalen weer te leven. Dansend door elkaar in de kleine donkere hoekje. En plots, uit het niets, verschijnt de brug van het verleden naar het heden. Geen mens die er op lopen kan, maar de brug brengt dromen mee, wensen, kleine wolkjes van geluk. En het verhaal; dat begint gewoon weer verder te spreken, als een magische, nooit weg geweeste spraakwaterval.
Momenten, die heeft men voor even, maar herinneringen, die heeft men voor eeuwig.
Voorwoord.
web·log het, de; o en m -s: dagboek op internet;
Soms, wil ik wel eens mijn gedachten neerpennen.
Soms, helemaal alleen voor mezelf.
Sinds enkele jaren heb ik - met verschillende onderbrekingen - een soort van dagboek gehad. Een atomaschriftje, economisch geruit, als uitlaatklep van het dagdagelijkse leven, hetgene waar ik de hele tijd aan dacht, maar niet wou te zeggen. Omdat het niet relevant is, omdat het verhaal geen structuur bevat. Een weblog lijkt daarom geen logische stap, maar is eerder een klein experiment.
De woorden die ik neerschrijf zijn dan eigenlijk ook alleen voor mijzelf bedoeld. Mijn bedoeling is dus zeker niet om zoveel mogelijk lezers aan te trekken. Een toevallige "blogreiziger" misschien, maar meer ook niet. Ik wil gewoon mijn verhaal kwijt. Ergens, maakt niet uit waar. Zodat het tenminste niet vergeten wordt.
Speciaal is mijn verhaal zeker niet, maar net datgene alledaagse, hetgene waar iedereen mee te maken heeft, is net het interessante. Herkenning in de medemens.
Dank aan woordenvoordewereld.blogspot.com voor het idee en de inspiratie.
Soms, wil ik wel eens mijn gedachten neerpennen.
Soms, helemaal alleen voor mezelf.
Sinds enkele jaren heb ik - met verschillende onderbrekingen - een soort van dagboek gehad. Een atomaschriftje, economisch geruit, als uitlaatklep van het dagdagelijkse leven, hetgene waar ik de hele tijd aan dacht, maar niet wou te zeggen. Omdat het niet relevant is, omdat het verhaal geen structuur bevat. Een weblog lijkt daarom geen logische stap, maar is eerder een klein experiment.
De woorden die ik neerschrijf zijn dan eigenlijk ook alleen voor mijzelf bedoeld. Mijn bedoeling is dus zeker niet om zoveel mogelijk lezers aan te trekken. Een toevallige "blogreiziger" misschien, maar meer ook niet. Ik wil gewoon mijn verhaal kwijt. Ergens, maakt niet uit waar. Zodat het tenminste niet vergeten wordt.
Speciaal is mijn verhaal zeker niet, maar net datgene alledaagse, hetgene waar iedereen mee te maken heeft, is net het interessante. Herkenning in de medemens.
Dank aan woordenvoordewereld.blogspot.com voor het idee en de inspiratie.
Abonneren op:
Reacties (Atom)